Ergens een sik van krijgen

laurens-ten-dam

Om nu te zeggen dat ik een writer’s block heb, vind ik behoorlijk decadent klinken voor een wekelijkse column, maar ik heb momenteel weinig inspiratie. Het kan komen doordat ik niet meer over de zonnetjes van mijn ogen, de kinderen, mag schrijven van hen (niet dat ze zelf mijn columns lezen, maar dan horen ze in de klas van andere kinderen dat ik over ze heb geschreven en dan vallen ze verbazingwekkend niet over de inhoud van de column over bijvoorbeeld onze verschillen in smaak of opruimgedoe, maar over het feit dat ik dochterTJE schrijf), of dat ik geen bal meemaak, maar ook dat ik het echte dagelijkse zonnetje mis. Van de hele dag het licht aan in je huis, wil ik heel graag alleen maar in mijn pyjama en onder mijn dekbed blijven.

Dus ik dacht “ik doe gek, pak het grote naslagwerk het Junior spreekwoordenboek van Van Dale erbij en prik blind zomaar een gezegde; daar kan ik vast wel wat bij bedenken” en stuitte op ‘ergens een sik van krijgen’, iets heel vervelend vinden. Heb ik weer, een negatief gezegde. Je zou er sikkeneurig van worden, afgeleid van het Franse ‘chicaneur’, iemand die overal op moppert. Nou ja, dat kan ik dan wel weer goed. Te beginnen met de echte sik. Mannen, kijk eens in de spiegel. Als je je drie haren aan beide kanten over je schedel moet vouwen om kaalheid te camoufleren, laat je je haar niet groeien. Als je drie vlasjes aan je kin hebt hangen, maar wel veel haar in je hals (Google even op Daley Blind), afscheren die hap. Dat geldt ook voor jongens van 20 die er ineens uit gaan zien als veertigers. En het zoent ook nog eens niet lekker. En er blijft ook veel soep en snot in hangen.

Twee bebaarde mannen schoven gisteren aan bij De Wereld Draait Door: oud-wielrenner Thomas Dekker en journalist Thijs Zonneveld. Ze hebben samen een boek geschreven over Thomas’ turbulente wielerjaren. Al jaren liegt en bedriegt de heer Dekker de argeloze wielrenliefhebber en komt er mondjesmaat steeds meer drek naar boven, maar nu moest alles maar eens op tafel: in de Tour de France slapen/sliepen de wielrenners (op Laurens ten Dam na) 3 uur in een nacht, omdat ze het te druk hadden met hoeren en aders doorspoelen. Er was een momentje van medelijden toen bleek dat zelfs de ouders van Dekker op jonge leeftijd toestemming gaven om doping te gebruiken: dat kon niet anders als hij groot wilde worden. Maar verder? Waarom moet het wielrensprookje nog kapotter worden gemaakt? De illusie van een eerlijke sporter zijn? Moeten Michael Boogerd en Steven de Jongh ongevraagd ook meegesleurd worden in deze biechtsessie? Waarom niet gewoon in dat hokje in de kerk? Thijs Zonneveld vond dat alles opgeschreven moest worden, journalistieke verplichting. Gelukkig hoeven we dat opgeschrevene niet te lezen. Je kan altijd nee zeggen. Dat moet Thomas Dekker nog steeds leren.
En Laurens ten Dam? Die wreef zich vast nog eens het snot uit de baard. Als echte mannen baarden dragen, mag hij alle scheermesjes de prullenbak inwerpen.
Het zoenen laat ik wel over aan de wielermiss.

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *