Bij moeders pappot blijven

depositphotos_2980775-stock-photo-new-bus[1]

Dochtertje is op brugklaskamp.
Haar kamer in totale chaos (lees: sporttas met gebruikte inhoud van het weekend, wasgoedhoop, ladingen ontbijt- en lunchbordjes, limonadeglazen en chipsbakjes) achterlatend, en ik daardoor heel sjaggereinig, zaten we samen in de auto op weg naar school. Het was niet heel gezellig. En dat vond ik vervelend, toch niet dagelijks dat jongste een paar dagen van huis is. Ik checkte nog even of alles in de tas zat: tandpasta, regenjas, Beertje. Tandpasta was bijna op (“nog 1 keer of zo”), regenjas niet nodig en Beertje, ”ja natuurlijk!”. Andersom werd er nog op mijn hart gedrukt in de gaten te houden of broer iedere dag wel ging Snapchatten onder haar naam, anders was ze alle Snapdagen kwijt (nee, ik snap het ook niet).

Bij school aangekomen parkeerde ik de auto op het betaald parkeren terrein. Geen kiss & ride dit keer, maar even fatsoenlijk knuffelen bij de bus. Best pittig, zo’n 120 kinderen met ouders en het is een kennismakingskamp, dus nog niet veel bekenden. We keken een beetje verloren om ons heen en ik duwde kind zachtjes bij de laadruimte van de bus naar voren, iedereen piepte voor. Nadat de tas in de bus zat, ging ik met dochter op zoek naar haar klas. Terwijl ik onderweg allemaal ouders gezellig met hun kinderen zag kletsen, knuffelen en foto’s maken, zag dochter aan de andere kant van het plein een paar meiden van haar klas staan. “Ja mam, daar zijn ze, daaag” en duwde me weg. Geen knuffel, geen foto.
Gelukkig werd ik gered door een telefoontje van mijn werk en ging ik maar alvast bij de bussen staan om dan in ieder geval naar haar te kunnen zwaaien.

Bij de bussen was het ook weer gezellig, vele moeders én vaders bleken elkaar te kennen en nog even die laatste selfies met pappa en mamma voordat de kinderen de bus ingingen. Ik voelde me een beetje alleen met mijn collega aan de andere kant van de lijn. En omdat het om een dringende aangelegenheid ging (huurder kon met sleutel pand niet in) zag ik ook in de gauwigheid niet in welke bus mijn kind was gegaan. En er zaten van die verduisterde ramen in de bussen. Nu is dochter duidelijk geen papkind en heel zelfstandig, maar o wee, als ik niet zwaai. Ik rende dus rondjes om de bussen in de hoop dat dochtertje in ieder geval kon zien dat ik niet meteen met de auto naar huis was gereden, maar toch echt wilde gaan zwaaien.

Ik hoop dat ze me gezien heeft. En dat ze het leuk heeft. Ik kan haar geen berichtje sturen, mobieltjes zijn verboden op kamp. Ik maak me een beetje zorgen en ik mis haar.
Geen papkind, maar wel een papmoeder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *